up: 967,0 dagen


 

 
 
 
 
 

 
 

 
 
 
 


Bomen profiteren van poep en urine van mieren
Bomen profiteren van mieren die op hun bladeren rondlopen. De beestjes eten andere insecten die schadelijk kunnen zijn. Deense onderzoekers ontdekten dat mieren nog een nuttige functie hebben: ze voeden bomen met de uitwerpselen die ze achterlaten op de bladeren.

De poep en urine van mieren bevatten aminozuren en ureum. Dat zijn meststoffen die ook door telers worden gebruikt om planten te besproeien. Bomen die worden bezocht door mieren blijken een grotere kruin te hebben dan bomen zonder mieren. 'Je zou bijna kunnen zeggen dat planten de voeding intraveneus ontvangen, precies waar ze het nodig hebben', aldus een onderzoeker. De studie verscheen in de Journal of Ecology.

De Volkskrant (https://www.volkskrant.nl)    4-9-2017


Chaam wil geen flutviaduct om troeteleik te sparen
Als de Annevillelaan een nieuw viaduct krijgt om zo de troeteleik in de middenberm van de A58 te redden, dan moet dat gewoon goed en volwaardig zijn. Geen goedkoop, smal viaduct waar met stoplichten maar één verkeersstroom tegelijk wordt toegelaten. Dat vindt de gemeente Alphen-Chaam.

Hoewel de eik strikt genomen op grondgebied van de gemeente Breda staat, heeft Alphen-Chaam veel te maken met de discussie over het al dan niet behouden van de troeteleik.

Die boom staat letterlijk de plannen in de weg die er zijn om de A58 tussen de knooppunten St. Annabosch en Galder te verbreden. Om dat te kunnen doen, moet ter hoogte van landgoed Anneville in Ulvenhout de middenberm bij de snelweg worden getrokken. Maar daar staat de eik.

Die kan worden gered als de snelweg niet aan de binnenkant, maar naar buiten toe wordt verbreed. Alleen: in dat geval staan de pijlers van het viaduct van de Annevillelaan in de weg.

Om de boom te behouden, moet het viaduct worden afgebroken en vervangen door een ander. De Bomenstichting heeft een aantal varianten bedacht voor een nieuw viaduct en heeft gevraagd die te onderzoeken voor Rijkswaterstaat definitief beslist of de boom al dan niet wordt gekapt.

Het viaduct waarover het gaat leidt verkeer van Ulvenhout naar Geersbroek. Geersbroek is grondgebied van de gemeente Alphen-Chaam. Die heeft zich daarom over de alternatieven van de Bomenstichting gebogen en geconstateerd: als er een nieuw viaduct komt is dat prima, maar niet als daarmee de doorstroming in gevaar komt. Dus geen smal viaduct, zoals één van de varianten van de Bomenstichting luidt, alleen een volwaardig.

De gemeente geeft die beslissing te kennen aan Rijkswaterstaat. Die zal de mening meenemen in een verdere gesprek met de Bomenstichting.
Brabants Dagblad (http://www.bd.nl)    26-8-2017


Klein huisje met grote boom
Het is misschien wel een van de meest beschreven bomen, de kolossale ‘poppebeam’ in Jubbega. Amateurhistoricus en rasverteller Gosse van den Bos bezit bijna dertig krantenartikelen over het wel en wee van de boom die inmiddels een omtrek heeft van bijna 5,50 meter.

Het bijbehorende arbeiderswoninkje is onlosmakelijk met de geschiedenis van de boom verbonden. In 1861 wilden Berend Oedszes Weidema en zijn vrouw Geertje van Seijen een huis bouwen aan wat nu de Jelle van Damweg is. Toen zij het huis met ‘prikken’ hadden uitgezet, kwam broer Oeds langs met een jonge beuk. Hij werkte in de bossen van Beetsterzwaag, waar veel beukjes moesten worden verwijderd. Dat vond Oeds zonde, dus nam hij er een mee voor zijn familie. ’s Avonds, in de schemering werd de boom geplant voor het te bouwen huis.

Volgens Van den Bos kregen de Weidema’s zeven kinderen, zes meisjes en een jongen. Zij woonden in het achterste deel van de woning , in de voorkamer was een café en aan de zijkant dreef moeder Geertje een winkeltje. Circa tien jaar later moest er een keus worden gemaakt tussen het café en de winkel, voor beide was er te weinig plaats. Ze kozen ervoor de cafévergunning te verkopen.” Zoon Wiebe later: ‘Us heit hat my letter wolris ferteld dat dat in ferkearde set wie. Ik hie seis susters. Dy wiene doe al sa grut dat sy wat geskarrel hiene. Dat hie fansels in bêst kafee wurden mei al dy oanrin.’

De boom en het huisje halen meerdere malen de krant. In 1966 wordt de maximum hoogte van vrachtauto’s verhoogd tot 4 meter, dat is te hoog voor de overhangende tak van de beuk. Er komt een oplossing. Niet door de tak af te zagen, maar door de weg een stukje om te leggen. In 1975 presenteert Plaatselijk Belang een plan om het sterk vervallen huisje te restaureren en er een oudheidkamer van te maken. Het is het enige huisje in Jubbega dat sinds de bouw onveranderd is gebleven. Tien jaar later is de poppebeam op diverse plaatsen verkankerd. Een restauratie kost bijna tweeduizend gulden. Wanneer weer enkele jaren later de sloop van het vervenerswoninkje dreigt, spant met name Plaatselijk Belang zich succesvol in voor het behoud van het huisje. Een poging om het woninkje onder te brengen bij monumentenzorg mislukt.

Gosse van den Bos woonde de eerste 28 jaar van zijn leven vlak naast de poppebeam. “It nuvere is, dat wy it yn ús jeugd noait oer de poppebeam hienen, mar oer de dikke beam fan Roel Koart.” Kort en zijn huishoudster Trijntsje Dijkstra woonden jarenlang in het toen al afgekeurde woninkje, voor 55 gulden per jaar. “It is fan belang dat der sa no en dan oandacht is foar hûs en beam. Dêrom ha wy yn 2010 in protte omtinken frege foar it pleatsen fan de tinkstien troch de famylje fan de earste bewenners, de Weidema’s. Alles yn it ramt fan it behâld fan de hystoaryke kombinaasje fan it lytse húske mei de kolossale poppebeam.” De naam poppebeam stamt uit de tijd vol taboes rond seksuele voorlichting. Kinderen kregen destijds te horen dat ze bij de poppebeam vandaan kwamen.

Check de foto hier.
Sa! (https://sa24.nl)    14-8-2017


Bomenstichting: kap een es niet te snel
SBB maakte vorige week bekend de komende tijd in de Achterhoek tienduizenden essen te gaan kappen in verband met de essentaksterfte. Volgens SBB ontstaan er gevaarlijke situaties als er niet gekapt wordt. BSA wil op korte termijn in gesprek met Staatsbosbeheer over dit onderwerp.

Als de essen aan een weg staan en echt ziek zijn, dan is het de juiste ingreep, vindt ook de bomenstichting. Maar veel essen staan in het landschap of in het bos en dan is de ingreep misschien wel veel te rigoureus, aldus de stichting.

Bovendien herstellen oudere essen vaak ook nog wel weer als ze her en der gesnoeid worden, zo meent de Bomenstichting Achterhoek. ´Het beste is om de boom, wanneer die geen gevaar oplevert, met rust te laten en af te wachten of de boom in staat is de uitbreiding van de ziekte zelf te stoppen´, suggereert de BSA.

De bomenstichting verklaart dat het ´pertinent onjuist´ is dat de essen heel erg snel dood gaan zodra de boom aangetast is. De BSA acht het daarom zinvol om onderscheid te maken tussen risicovolle bomen (langs paden en wegen) en beduidend minder risicovolle bomen in bospercelen.

De BSA zegt dat Staatsbosbeheer de laatste jaren ook op grote schaal bomen heeft gekapt vanwege financieel gewin. SBB moet het stellen met minder subsidie en daardoor is het verleidelijk om bomen te kappen, meent de bomenbelangenclub. Dat leidt er toe dat er soms te snel bomen worden gekapt, vindt de BSA.
De Stentor (https://www.destentor.nl/)    12-8-2017


Onder deze genderneutrale boom komen kinderen tot rust
In iedere provincie staan markante bomen. Achter deze oude kolossen zit vaak een bijzonder verhaal. Trouw spreekt met de verzorgers van twaalf oude bomen in twaalf provincies. Vandaag: een reusachtige vleugelnoot in Middelburg.

Onder de notenbomen is de vleugelnoot al een kanjer. En het exemplaar in de binnentuin van een Middelburgs verzorgingshuis is ook nog eens een van de dikste bomen in het land. De stamomtrek is circa 7.80 meter.

Oud-hovenier Johan Antheunisse (68) staat elke keer als hij de monumentale boom ziet, weer versteld van diens grootte en kracht. Hoog is hij (of zij?) niet, met zijn circa twintig meter. Maar dik is ie dus wel, althans, tot een meter of twee boven de grond. Daar loopt de stam uiteen in twee armen. Misschien, zo zeggen sommige kenners, waren het eerst twee bomen en zijn ze vergroeid tot één geheel, met een dikke basis.

In die stam zit een hoog, smal gat. Tussen de wangen van die wond zijn stalen draden geplaatst om de boom te stutten. Antheunisse vermoedt dat boomchirurgen dat in de jaren tachtig, negentig hebben gedaan. Met de kennis van nu hadden ze die ingreep, denkt hij, wellicht achterwege gelaten. Dan was vertrouwd op de eigen kracht van de boom.

Want krachtig is 'ie. De appartementen van 't Gasthuis zijn zorgvuldig om de boom heengebouwd, onder de vleugelnoot staan een houten treintje, een kabouter, een paar stoelen – en er kan nog veel meer bij. De boom is het onbetwiste middelpunt van deze binnentuin, geen architect zou het in zijn hoofd halen dit groene monument te kappen.

Maar kijk, zegt Antheunisse hoofdschuddend, rond het gras staat nu een hek, daarnaast ligt een tegelpad. Handig voor rolstoelers en mensen die slecht ter been zijn. Zeker. “Maar er wordt toch op de ruimte voor de boom beknibbeld”, treurt de Middelburgse bomenkenner. Bovendien is die verstening ‘de dood voor de bomen.’ Want anders dan gras, houden tegels het water niet vast, ze voeren het water veel sneller af. En dat terwijl de vleugelnoot zo van water houdt, hij heeft zo’n 300 liter per dag nodig. “Het is nog een geluk dat bomen zoveel wilskracht hebben, anders was deze allang dood”, zegt Antheunisse.

Die kracht ziet hij ook in de boom zelf. Hij wijst op een meterslange tak. Loodzwaar met alle vertakkingen en bladeren, maar hij knapt niet, hij blijft als het ware horizontaal in de lucht zweven. Antheunisse: “Hij maakt steeds nieuw steunweefsel aan, zodat ie niet doorbreekt. Dat moet je eens met staal proberen, dat gaat niet lukken.”

Hij blijft zich verwonderen. De boom wordt weliswaar oud, dat is te zien aan de verticale nerven op de bast. Op sommige plekken zijn die zo in elkaar gedrukt dat het strepen in de breedte zijn geworden. Maar: “Deze oude knar heeft overal jonge loten, hij gaat maar door.” De naakte knoppen zitten er ook alweer in, die maakt de boom aan na de langste dag. De bloempjes worden bestoven door de wind, ze zijn mannelijk en vrouwelijk. Ja, in feite is het een genderneutrale boom, lacht Antheunisse. De nootjes met hun kenmerkende vleugeltjes hangen in lange trossen aan de bomen.

De vleugelnootboom is een van de veertig monumentale bomen die Antheunisse heeft beschreven in een speciaal Middelburgs bomenboekje. Hij stelde het jaren geleden samen, en is nu op verzoek van de gemeente bezig met een geactualiseerde versie.

De liefde voor bomen heeft hij van thuis meegekregen, zijn deskundigheid ontwikkelde hij als hovenier bij het crematorium en de begraafplaats. Daar had hij veel verschillende bomen, de collectie was een klein arboretum. En ja, daar zaten ook een paar vleugelnoten bij, hij heeft ze altijd al mooi gevonden.

De vleugelnoot komt oorspronkelijk uit de Kaukasus en Oost-Turkije. Voor de ijstijd leefde die al in Limburg, aldus de Bomenstichting. Hoe deze familie van de walnoot in Middelburg terecht is gekomen is niet exact bekend, daar doen verschillende verhalen over de ronde.

Vaststaat dat de plek waar de boom groeit, altijd omgeven is geweest door zorg. ‘Memoires van een vleugelnoot”, heet het boekje over vierhonderd jaar zorgverlening in Middelburg – de vleugelnoot staat er trouwens nog maar een jaar of tweehonderd.

Ze siert nu de binnentuin van Het Gasthuis, een tehuis voor verzorging en revalidatie. In vroeger tijden stond op deze plek bij de noordelijke poort van Middelburg een ziekenhuis, eerder nog was het een weeshuis, met veel kinderen van matrozen. Daar werkten ook chirurgijnen, en die hadden een tuin vol medicinale planten. En daar komt het verhaal over de oorsprong van de boom, zoals verteld door Antheunisse: de vleugelnoot scheidt juglon af, en dat werkt verdovend, het geeft rust. “Het kan zijn dat ze dat al wisten, en dat ze drukke kinderen onder de boom zetten om tot rust te komen”, zegt hij. “Misschien bestond er toen ook al ADHD!”
Trouw (https://www.trouw.nl)    30-7-2017